In gesprek met... Sander Sandkuyl

Midden in coronatijd, toen infectieziektebestrijding hét gesprek van de dag was, werd Sanders interesse gewekt. De mix van inhoud, beleid en organisatie sprak hem aan: impact maken, maar dan op grotere schaal dan één patiënt. Hij merkte dat hij dit goed kwijt kon in de sociale geneeskunde. Inmiddels volgt hij met veel plezier de opleiding tot arts infectieziektebestrijding.

aios infectieziektebestrijding

Wat is een vooroordeel over jouw vak en blijkt dit ook te kloppen?

“Van anderen hoor ik wel eens dat ze denken dat het vak dynamiek mist, of dat het traag is. Maar er gebeurt juist heel veel. Het heeft misschien niet altijd dezelfde bloedspoed als op een spoedeisende hulp, waar iemand bijvoorbeeld binnen een halfuur gered moet worden, maar er zijn wél grote uitdagingen waar je je met elkaar over moet buigen en die kunnen complex zijn. Elke casus is uniek. Dus elke keer is het weer een puzzel en een uitdaging.”

Wat heeft je verrast aan het vak?

“Het is breder dan ik dacht. Binnen de infectieziektebestrijding heb je verschillende takken waarbinnen je werkzaam kunt zijn. Je hebt bijvoorbeeld reizigerszorg, maar ook meldingsplichtige ziekten, soa-problematiek en bredere maatschappelijke thema’s, zoals de dalende vaccinatiegraad. Iedereen heeft daarin zijn eigen interesses en eigen krachten.”

Meer weten over dit specialisme?

Klik hier

"Ook fabels ontkrachten hoort bij ons werk."

Sander Sandkuyl

Hoe zorg jij als arts voor jezelf: fysiek én mentaal?

“Ik denk dat het belangrijk is om werk en privé te scheiden, waar dat kan. In de sociale geneeskunde, en dus ook binnen de infectieziektebestrijding, is daar veel ruimte voor. Daarnaast vind ik het belangrijk om te sporten en af te spreken met vrienden en familie, zodat je ook echt even met andere dingen bezig bent. Het draait om een gezonde balans.”

"Als ik er even iets minder lekker in zit, kijk ik naar het nieuws en besef ik weer de relevantie van het vak."

Sander Sankuyl

Met wat voor andere zorgprofessionals werk jij samen?

“Veel met huisartsen en medisch microbiologen. Dat heeft ook te maken met meldplicht. Dan gaan wij uitzoeken: wat is er eigenlijk aan de hand met deze patiënt? En daarna: wie zit er allemaal omheen en wie kunnen we beschermen tegen het oplopen van deze infectieziekte? Maar we werken bijvoorbeeld ook samen met behandelend artsen.”

Heb je een voorbeeld van een mooie samenwerking die je is bijgebleven?

“Iemand had een stamceltransplantatie gehad. Dat is eigenlijk een soort reset van het hele immuunsysteem en dus ook van alle vaccinaties die in het verleden gegeven waren. Toen gingen we met elkaar (GGD en behandelend arts/centrum) kijken: wat kunnen we betekenen?”

Hoe maak jij als arts het verschil (in het leven van een patiënt)?

“Dat is bij ons anders dan bijvoorbeeld in het ziekenhuis. We leveren vaak geen directe zorg om iemand beter te maken, maar richten ons vooral op het gezond houden van mensen. En juist doordat je op grote schaal werkt, denk aan goede voorlichting of het voorschrijven van antibiotica bij risicogevallen, draag je echt bij aan de gezondheid van heel Nederland.”

Wat zou je jonge dokters willen meegeven als het gaat om druk of misschien bepaalde verwachtingen?

“Niet te veel naar anderen luisteren. Soms hebben mensen een heel goed idee van wat je moet gaan doen, maar uiteindelijk is het het belangrijkst om te kijken: wat vind ik zelf leuk? Waar ben ik het best op mijn plek? En dat is een zoektocht. Gelukkig zijn veel mensen ook bereid om te helpen. Dus vraag vooral om hulp: wat vind jij nou het leukst aan je werk? Kan ik misschien een dagje met je meelopen?

Benieuwd naar het hele interview met Sander? Bekijk het hier: